dsc9293

Pieter Kars van de Kamp: verdediger en prediker

Vraag kerkbezoekers hoe ze een dominee zouden omschrijven en je krijgt meestal niet direct het beeld van een jong en vlot type. Maar in Grijpskerk ligt dat net even anders. Daar is Pieter Kars van de Kamp niet alleen predikant van de kerkgemeenschap in het dorp, maar ook defensieleider van VV Grijpskerk. Hij bewaart tussen de krijtlijnen het liefst de vrede, maar dat is niet vanzelfsprekend. “Ik ben zeker niet altijd een lieverdje in het veld.”

Van de Kamp is een geboren Groninger, zijn wieg stond in Hoogkerk. Op zijn zesde verhuisde hij naar Apeldoorn, waar hij opgroeide met de bal. Een lidmaatschap bij de Christelijke Sportvereniging (CSV) Apeldoorn was dan ook redelijk vanzelfsprekend. “Een mooie club. Daar heb ik de grootste tijd van mijn leven gespeeld”, vertelt hij. “Ik draag alle clubs waarvoor ik heb gespeeld een warm hart toe. Maar zet je mij voor het blok, dan rolt de naam van CSV er als eerste uit.”

Ik zit niet op voetbal om mensen te bekeren

© Hessel de Jong/Over de Bal

Prachtig amateurvoetbal-cv

Na zijn tijd in Apeldoorn bracht een studie hem bij Go Ahead Kampen, waarmee hij naar de Hoofdklasse promoveerde, al speelde hij zelf nooit met de Kampenaren op dat niveau. “Na die promotie ging ik met studievrienden spelen bij EDON in Zwolle, die club met die houten doelpalen, ja. Een prachtcomplex daar hoor. Ik heb daar een heerlijke tijd gehad.” CSV Apeldoorn, Go Ahead Kampen, EDON en nu Grijpskerk. We hoeven er niet omheen te draaien: voor amateurvoetbalbegrippen beschikt Van de Kamp over een prachtig cv. “Maar het was allemaal pure noodzaak hoor, ik ben geen clubhopper”, haast hij zich te zeggen. “Daar ben ik ook niet de speler voor. Ik ben gewoon een eenvoudige verdediger en zou nooit een telefoontje krijgen of ik misschien bij Genemuiden of Harkemase Boys zou willen spelen.” Hij denkt even na. “Alhoewel, ik ben weleens gebeld door clubs uit de 2e en 3e klasse, dat had ik voor het avontuur misschien wel moeten doen. Wie dat waren?” Hij lacht: “Dat hou ik voor mezelf!”

Pieter Kars van de Kamp loopt als aanvoerder van Grijpskerk het veld op met tegenstander Helpman © Anthony Hogeveen

Eikel in het veld

Aan zijn overstap van EDON naar Grijpskerk zit een bijzonder verhaal. Dat had namelijk alles te maken met het feit dat Van de Kamp zich na zijn studie officieel dominee mocht noemen. “Eerst preekte ik een beetje rond, maar na twee jaar nam ik zoals dat heet een beroep aan bij de kerkgemeenschap Grijpskerk-Niezijl. Ondanks dat ik uit Groningen kom, had ik nog nooit van beide dorpen gehoord. Wat ik wél wist was dat waar ik ook naartoe zou gaan, er een voetbalclub moest zijn. Ik voetbalde al mijn hele leven en dat wilde ik blijven doen. Dus ik slingerde Google aan, zocht direct op welke voetbalclub er in Grijpskerk was en wat de mogelijkheden waren.” Dat resulteerde erin dat – nog voordat Van de Kamp definitief predikant was en in Grijpskerk woonde – hij al snel om tafel zat met toenmalig Grijpskerk-trainer Mark Kroese. “Hij belde mij en een gesprek volgde. Dat gebeurde in het ballenhok, waar ook de leider bij was. Een beetje provisorisch, maar dat hoort ook bij het amateurvoetbal.”

Ze kwamen er al snel achter dat die predikant op zaterdagen gewoon een enorme eikel kan zijn in het veld

Na zijn eerste kennismaking met zowel de kerkgemeenschap als de voetbalvereniging was Van de Kamp enthousiast over de vriendelijke manier waarop hij welkom werd geheten, weet hij nog. Dat die nieuwe dominee op het voetbalveld niet bepaald een verlegen type bleek, had in eerste instantie misschien wat gewenning nodig. “Dat was voor de jongens in mijn team wel wat vreemd. Ik denk dat ze weleens hebben gedacht: ‘wat is dit nu dan?’ Ze kwamen er al snel achter dat die predikant op zaterdagen gewoon een enorme eikel kan zijn in het veld”, grijnst hij. “Ik eis veel van mijn teamgenoten. Als we op de training vijf tegen vijf spelen en iemand laat zijn man lopen, krijgt-ie op z’n flikker.” Ook tegenstanders weten steeds vaker van zijn achtergrond. “Spelers of supporters roepen nog weleens iets”, laat hij weten. “Daar heb ik geen moeite mee hoor, soms moet ik erom lachen. Een beetje humor en plaagstootjes horen erbij.”

Pieter Kars van de Kamp zet een tackle in op Winsum-aanvaller Wouter Bloem © Ingmar Vos

De derde helft

Voetbalhumor kennen zijn teamgenoten ook. In zijn beginperiode bij Grijpskerk hing Van de Kamp nog weleens tot half twee ‘s nachts op verjaardagen. “Op zulke momenten komen opmerkingen over m’n beroep sneller naar boven”, lacht hij. De Stadjer geeft een voorbeeld. “Als ik dan aanstalten maakte om naar huis te gaan, riepen ze: ‘Ah pé-ká, nog één biertje, dan zitten wij morgenochtend op de eerste rij!’ Tuurlijk weet ik dat ze niet naar de kerk komen, maar om zulke dingen kan ik ook lachen.”

Ja, zo’n derde helft is niet alleen reuze gezellig, maar kan ook uiterst nuttig zijn

“Soms ontstaan er juist met wat biertjes op boeiende gesprekken”, vervolgt hij. “Dan wordt mij gevraagd hoe ik ergens tegenaan kijk vanuit mijn geloof. Of vragen jongens die gedoopt zijn, maar niet meer naar de kerk gaan, zich af hoe hoog de drempel is om toch weer naar de kerk te gaan. Dat soort dingen. Ik luister en vraag weleens door, maar ik zit niet op voetbal om mensen te bekeren. Ik heb geen dubbele agenda.” Vechten tegen eventuele beeldvorming doet hij dan ook niet. “Daar heb je wel mee te maken”, erkent hij. “Mensen weten vaak niet exact hoe een week voor mij eruitziet en dan is het fijn om wat meer duidelijkheid te kunnen geven. Ja, zo’n derde helft is niet alleen reuze gezellig, maar kan ook uiterst nuttig zijn”, concludeert hij.

Het bier elke zaterdag rijkelijk laten vloeien is er echter niet bij. “Ik kies m’n momenten en anders is een 0.0-biertje ook prima”, nuanceert hij. “Als predikant heb je een verantwoordelijkheid. Soms zijn er heftige weken als je bijvoorbeeld een dienst met een begrafenis hebt gehad. Zeker in een dorp heeft dat impact. En het komt ook weleens voor dat ik op zaterdag mijn voorbereiding voor de kerkdienst van zondag nog niet helemaal rond hebben daar in m’n hoofd teveel mee bezig ben. Op zulke momenten sla ik de nazit in de kantine liever even over.”

© Hessel de Jong/Over de Bal

Hechte dorpsclub

Van de Kamp verwierf al snel zijn plek in het eerste elftal van Grijpskerk. Vaak staat hij als centrumverdediger opgesteld. Zijn teamgenoten vinden de aanwezigheid van een dominee in de gelederen inmiddels doodnormaal. Dat er zowel op het trainings- als wedstrijdveld nog weleens wordt gevloekt, accepteert hij. “Vaak volgen meteen excuses, maar ik ben het gewend. Het is altijd zo geweest”, weet Van de Kamp. “Toen ik klein was durfde ik er niks van te zeggen. Bang dat ze erachter kwamen dat in christen was. Nu weet iedereen hoe ik erin sta. Als iemand niet gelovig is, moet ik diegene dan aanspreken? Het is prima zo. Maar je moet mij geen vervelende streek flikken, want ik ben zeker niet altijd een lieverdje.”

Dat is het mooie van amateurclubs, ze zijn vaak ook belangrijk voor het dorp. Een ontmoetingsplek

Het bevalt hem goed bij Grijpskerk. Zowel bij de club als de kerkgemeenschap. “Je komt elkaar overal tegen en daarin is ook voor de voetbalvereniging een belangrijke rol weggelegd. Het is een club voor het hele dorp en voor mij een mooie manier om sociaal contact te krijgen toen ik hier net woonde. Ik leerde zo veel mensen kennen”, vertelt hij. Toch komen zijn werk en hobby ook weleens samen, zoals in 2017. “Toen overleed een trainer van onze club. Zijn zoon speelt in het eerste elftal van Grijpskerk. Die crematie heb ik geleid en dat was wel bijzonder. Dan zien mensen van de club ook iets van je werk. Daar kreeg ik mooie reacties op en je merkt dat bijna iedereen elkaar kent. Een hechte club. Dat is het mooie van amateurclubs, ze zijn vaak ook belangrijk voor het dorp. Een ontmoetingsplek.”

“Go Ahead Kampen was ook echt een familieclub”, vervolgt hij. “Dat is in Grijpskerk ook zo, maar dan kleiner. Bij Go Ahead zit er meer rivaliteit met DOS Kampen, die door Go Ahead ‘de eendjes’ of ‘de poelanten’ worden genoemd. Zulke rivaliteit heb je hier niet echt. Alhoewel, met ZKV een klein beetje dan.” Hij moet hard lachen als hij een vragende blik terugkrijgt. “Die afkorting zegt jullie niks? Zeven Kilometer Verderop betekent het, zo wordt Zuidhorn hier genoemd. Al leeft die derby in Grijpskerk meer dan daar”, vermoedt de predikant. Als ter afsluiting nog een rondje over sportcomplex De Enk wordt gewandeld, blikt Van de Kamp alvast vooruit naar de volgende wedstrijddag. “Die wedstrijdspanning, ouwehoeren met de jongens, heerlijk is dat. En na afloop is er zelfs een beerpongtoernooi.” Hij lacht andermaal. “Maar goed dat ik daarna een vrije zondag heb.”

© Hessel de Jong/Over de Bal
Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp

Over de Bal neemt jou met achtergrondverhalen en reportages mee in
de magische wereld van het Nederlandse amateurvoetbal.

Copyright © 2018 - 2022 | Over de Bal

Over de Bal neemt jou met achtergrondverhalen en reportages mee in
de magische wereld van het Nederlandse amateurvoetbal.

Copyright © 2018 - 2022 | Over de Bal