Foto: Inge Hondebrink

Robin ter Veld droomt na beenamputatie van EK-finale

Op zijn negentiende zag Robin ter Veld zijn wereld instorten. Er werd botkanker in zijn enkel geconstateerd en zijn been moest worden geamputeerd. Hij ging door een loodzware periode en was achteraf gezien zelfs even dichterbij de dood dan iedereen had gedacht. Nooit meer stappen, en voor de voetballiefhebber van vv GEO uit Garmerwolde nog erger: nooit meer voetballen. Dacht hij. Tot hij kennismaakte met het Nederlandse amputatieteam. Nu droomt hij over een EK-finale.

Hij doorliep de gehele jeugdafdeling van vv GEO en speelde een jaar in het derde seniorenelftal. Na de zomer zou hij doorstromen naar het tweede, maar een potje zomeravondvoetbal tijdens zijn vakantie in Drenthe veranderde alles. Niet alleen zijn voetbalcarrière, maar zijn hele leven. ‘Iemand schopte per ongeluk tegen mijn enkel’, vertelt Robin. ‘Daar hield ik heel de vakantie vrij veel last van en hinkte wat in het rond. Toen we thuiskwamen ben ik naar de sportdokter gegaan. “Een verrekte pees in de enkel”, zei hij. Daarvoor moest ik naar de fysiotherapeut. De enkel was heel dik, maar iedereen dacht dat het vooral vocht was.’

De pijn werd niet minder. Integendeel: Robin had steeds sterkere pijnstillers nodig om de dag door te komen. ‘Het werd ondraaglijk. Bij de dokter haalde ik 600 milligram ibuprofen, in de winkel niet zomaar te krijgen. De dokter vroeg hoelang ik al met die enkel zat. “Vanaf augustus”, zei ik. Hij stuurde me direct naar het ziekenhuis, want dat was niet normaal. Op de röntgenfoto’s konden ze niet zoveel zien, maar ze wilden toch een MRI-scan maken.’

Nachtmerrie

Ondanks dat Robin tijdens de MRI door de magnetische straling enorm veel pijn had gehad, ging hij enkele dagen later vol vertrouwen naar het ziekenhuis. De uitslag van de scan was er. ‘Ik ging alleen, wist bijna zeker dat het gewoon een enkelblessure was. Dus even snel de resultaten aanhoren en weer naar huis.’ Het liep anders voor de destijds negentienjarige Robin. De artsen hadden een tumor in zijn enkel gevonden. Robin had botkanker. ‘Toen ik het hoorde, zakte ik compleet in elkaar’, herinnert hij zich. ‘Nooit had ik bij deze optie stilgestaan. Ik was negentien jaar, kanker was tot dat moment echt een ver-van-mijn-bed-show. Ik waande mezelf in een nachtmerrie, raakte in een soort waas. Het was heel onwerkelijk. Pas nadat mijn moeder in het ziekenhuis was, besefte ik dat dit echt de realiteit was.’

Mijn wereld stortte in. Dit was het dan, dacht ik toen

Op de MRI zagen de artsen ook nog plekjes in de knie van Robin. Biopsies gaven aan dat het slechts om een vergroeiing ging, opgelopen tijdens zijn groeispurt. Opluchting maakte zich meester van de jonge voetballer, een gevoel dat echter als sneeuw voor de zon verdween. ‘Omdat de biopsie goed uitpakte, hield ik het letterlijk onder de knie. Maar kort daarna kwam het nieuws dat mijn been er toch af moest. Kijk, het bericht dat je botkanker hebt is verschrikkelijk. Het enige wat je dan hoopt, is dat ze alsjeblieft je been laten zitten. Die biopsie gaf me veel moed, maar die verloor ik razendsnel. Mijn wereld stortte in. Dit was het dan, dacht ik toen. Ik haalde van alles in m’n hoofd: moet ik de rest van mijn leven in een rolstoel doorbrengen? Nooit meer op stap gaan, voetballen, niks. Ik had de leeftijd dat ik net alles mocht. En dan kon ik opeens niets meer. Wist ik veel hoe dit werkte.’

Chemotherapie

In het ziekenhuis vlogen alle herinneringen voorbij. Voetbal was zijn grootste hobby. Zijn leven draaide om die sport. Aan de hand van zijn vader bezocht hij al op jonge leeftijd het Oosterparkstadion, destijds de thuishaven van FC Groningen. Op zijn achtste nam hij een seizoenkaart van de club in groen-wit en bezocht trouw elke thuiswedstrijd, ook nadat de club naar de Euroborg verhuisde. Na zijn zesde verjaardag werd hij lid van de vv GEO uit zijn geboortedorp Garmerwolde. Naar eigen zeggen toen pas omdat hij van zijn moeder eerst zijn zwemdiploma moest halen. En nu was de bal verder weg dan ooit.

De artsen hadden alles besproken. Het been van Robin werd door het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) besproken met ziekenhuizen in Leiden, Utrecht en Amsterdam. Bestralingen waren geen optie, de schade was te groot. Eerst zou het been worden geamputeerd, om vervolgens over te gaan op chemotherapie. ‘Het ging bizar snel. Op 23 november 2010 werd de tumor ontdekt en op 22 december lag mijn been eraf. De chemo’s zouden ze doen ter preventie. Op 14 januari begonnen ze daarmee. Ik kreeg één van de zwaarste die je in Nederland kunt krijgen. Zes keer vijf dagen lang, en elke van die vijf dagen twee chemokuren. Het was één week chemokuren, dan twee weken thuis herstellen en dan weer een week chemo’s. Mijn leven stond even stil. Terwijl ieders leven voorbij vloog, lag ik daar in bed. Een vreselijke periode.’

Dichterbij de dood dan gedacht

De chemokuren waren een forse aanslag op Robin. Na elke kuur voelde hij zich hartstikke ziek. Het was een vreemde gewaarwording voor de geboren Garmerwolder. ‘Net op het moment dat ik me na twee weken thuis herstellen weer goed voelde, moest ik weer naar het ziekenhuis. En na mijn ziekenhuisbezoek was ik weer ontzettend ziek. Naar huis gaan kreeg zo een heel nare betekenis. Het was een confronterende periode. Ik verloor mijn smaak, proefde bijna niks meer. Mijn vader kookte ontzettend pittige dingen zodat ik nog iets van eten proefde, maar ook dat hield al snel op.’

Mijn leven stond even stil. Terwijl ieders leven voorbij vloog, lag ik daar in bed. Een vreselijke periode

Alleen na de laatste chemokuur ging Robin met een positief gevoel naar huis. Nog twee nare weken doorkomen en hij kon vooruit kijken. ‘Na twee weken was ik echter nog steeds hartstikke ziek, een week lang. Toen zat de schrik er goed in. We zijn naar het ziekenhuis gegaan, daar kreeg ik een bloedtransfusie. Achteraf vertelde de arts dat ik een longontsteking had gehad. Uit zijn woorden besefte ik dat ik dichter bij de dood had gezeten dan iedereen had gedacht.’

De knop om

Tussen zijn laatste chemotherapieën door had hij enkele keren voorzichtig geproefd aan het revalideren met een bezoek aan het Beatrixoord. Dat was ook de plek waar Robin doorkreeg dat dit niet het einde van de wereld voor hem was. ‘Ze vroegen wat ik na mijn revalidatie allemaal wilde kunnen. Nou, daar kwam mijn lijstje: “Snowboarden, voetballen…”. En na elk woord dat ik zei, knikten ze. Nadat ik niks meer kon bedenken, zeiden ze: “Oké, komt goed”. Dat gaf me kracht, ik kon de knop omzetten. Al had ik wel mijn twijfels. Ze kunnen zeggen dat het met mijn prothese kan, maar kan ik het ook?’

Na zes weken revalideren kwam het leven van Robin weer uit stilstand. Door zijn prothese had hij zijn onafhankelijkheid weer terug, iets dat zeker op zijn leeftijd zeer belangrijk voor hem was. Aan voetbal moest hij nog even niet denken. Het deed hem veel pijn om zijn vrienden te zien spelen en zelf langs de zijlijn te moeten staan. Langzaam veranderde dat. ‘Eerst werd ik trainer van het team waar mijn vrienden speelden. Vrij snel daarna hoorde ik via een vriendin van het Nederlandse amputatieteam. Dat klonk interessant. Ik heb direct contact gezocht en gevraagd of ik een keer mee kon trainen. Sindsdien ben ik officieel lid van het amputatieteam.’

Paddy powel tournament. Foto: Inge Hondebrink

Nederlands amputatieteam

Bij het amputatieteam speelt hij met jongens die eveneens een (deel van hun) been verloren zijn. Keepers missen een (deel van hun) arm. Elke zondag rijdt Robin van Groningen naar Utrecht voor een training met zijn teamgenoten. Inclusief de terugweg zo’n 400 kilometer. Net als veel voetballers wil ook hij elke dag beter worden. ‘De sport is ontzettend zwaar. Je moet je prothese afdoen en rent op krukken. Het lijkt misschien niet zo moeilijk, maar je doet het niet zomaar even. Jarenlang heb ik met mijn vader bij GVAV op het veld gestaan. Alleen maar passen, schieten, passen, schieten. Alles op één been.’

Jarenlang heb ik met mijn vader bij GVAV op het veld gestaan. Alleen maar passen, schieten. Alles op één been

Nederland ligt op het gebied van amputatievoetbal achter op veel andere Europese landen, maar de sport is groeiende. ‘We spelen nu alleen vriendschappelijke wedstrijden tegen onder meer België en Duitsland’, vertelt Robin. ‘In 2016 hebben we helaas niet mee kunnen doen aan het WK in Mexico vanwege een te hoog kostenplaatje. Maar dit jaar komt er een drielandentoernooi aan met België en Duitsland. Bovendien gaan we in september naar Polen om deel te nemen aan een vrij prestigieus toernooi. In Polen is het amputatievoetbal namelijk vrij groot, daar hebben ze een competitie met vier teams. Al is dat nog niets vergeleken met Turkije. Die hebben twee divisies. Zij organiseerden afgelopen jaar ook het EK. De finale was Engeland – Turkije en werd gespeeld in het stadion van de Turkse topclub Besiktas. Er zaten 30.000 man op de tribune!’

En dat is het podium waar Robin ook op wil acteren. Hij droomt van een EK of WK. ‘Natuurlijk! Dat wil ik meemaken. Maar ik hoop in eerste instantie dat het amputatievoetbal als sport groeit in Nederland. Wij zijn een soort van pioniers. Ik wil graag iets neerzetten dat de boeken ingaat.’

Foto: Inge Hondebrink
Amputatievoetbal
Amputatievoetbal is in 2016 door de KNVB officieel als sport erkend. De European Amputee Football Federation, oftewel de Europese Federatie Amputatievoetbal (EAFF) wordt gesubsidieerd door de Union of European Football Associations (UEFA). Een wedstrijd duurt twee keer 25 minuten en wordt gespeeld door twee teams van zes veldspelers en een keeper. De teams mogen onbeperkt wisselen. Voor een eerlijk verloop van de wedstrijden mogen spelers alleen hun goedwerkende ledenmaten gebruiken. Krukken mogen alleen worden gebruikt om je voort te bewegen. Het Nederlandse amputatieteam bestaat momenteel uit twaalf spelers, inclusief twee keepers.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp

Over de Bal neemt jou met achtergrondverhalen en reportages mee in
de magische wereld van het Nederlandse amateurvoetbal.

Copyright © 2018 - 2021 | Over de Bal

Over de Bal neemt jou met achtergrondverhalen en reportages mee in
de magische wereld van het Nederlandse amateurvoetbal.

Copyright © 2018 - 2021 | Over de Bal