FDG-06

Freddy de Grooth: ‘Aan die eeuwige bijnaam ben ik inmiddels wel gewend’

Het profvoetbal kent en kende de voorbije jaren talloze culthelden. Van Nathan Rutjes tot Patrick Pothuizen en van Sjaak Polak tot Theo Janssen. Allemaal hebben ze iets markants, waardoor ze een cultstatus verwierven. In het amateurvoetbal lopen ook zulke jongens rond en iemand die absoluut in dat rijtje mag worden geschaard is Freddy de Grooth, die beter bekendstaat onder zijn geuzennaam ‘Freddy Frikandel’. Een verhaal over een sfeergevoelige goalgetter die jaagt op zijn vijfhonderdste doelpunt.

Het is inmiddels zo’n maand geleden. Groninger Boys neemt het mét Freddy de Grooth thuis op tegen Geel Wit. De ploeg uit Ameland is voor rust de bovenliggende partij en leidt halverwege terecht met 2-3. Met een rake vrije trap staat De Grooth dan al één keer op het scorebord. Maar zijn doelpuntenhonger is nog niet gestild. Het kampioenschap is al vergeven aan Helpman, een periodetitel is ook al zeker en dus zet hij na rust alles op de topscorerstitel van de Derde Klasse A. Danny Dijkstra van Helpman staat met 39 goals twee treffers op hem voor, maar daar laat De Grooth het niet bij zitten. En zijn ploeggenoten ook niet.

De Grooth werkt zich in de tweede helft een slag in de rondte, sleurt, trekt en schiet. En als de rookwolken zijn opgetrokken, heeft Groninger Boys met 7-4 van Geel Wit gewonnen. De Grooth legt er vijf in en passeert concurrent Dijkstra op de topscorerslijst. Een week later mag hij zich, na wederom twee voltreffers bij FC Lewenborg, kronen tot topscorer van 3A met 44 kruisjes achter zijn naam. Je hoeft geen atleet te zijn om het beste uit jezelf te kunnen halen. Freddy de Grooth bewijst het al jarenlang op de amateurvoetbalvelden.

In tranen

De Grooth startte zijn loopbaan als jeugdspeler ook bij Groninger Boys. ‘Maar omdat er meer inzat, verkaste ik als D-pupil naar GVAV Rapiditas D1. Na dat seizoen bood FC Groningen aan om daar in de C1 te komen spelen. Ze begonnen in die tijd net met een C-lichting’, weet De Grooth nog. ‘Ik kreeg een officiële uitnodiging thuis. Spelen voor FC Groningen leek me geweldig en ik zei natuurlijk ja. Er volgden wat testwedstrijden en dat ging goed. Zo kwam ik op m’n twaalfde met onder anderen Angelo en Roberto Zimmerman, Anton Jongsma, Sergio van Dijk, Jordi Hoogstrate en Arjen Robben in een team te spelen. FC Groningen was al van jongs af aan m’n cluppie, dus je kunt je wel voorstellen hoe trots ik daarop was.’

Helaas voor hem mocht De Grooth het groen-witte tenue slechts één seizoen dragen. ‘Ze vonden mijn verdedigende kwaliteiten en loopvermogen niet goed genoeg. Daar kan ik nu wel om lachen, maar toen vond ik dat vreselijk. Ik was als spits gescout, maar moest m’n wedstrijden als rechtshalf spelen. Begrijp jij het? Robben werd dat seizoen topscorer met 62 goals, Van Dijk legde er veertig in en ik scoorde er 32. Toch niet gek voor een rechtshalf, die het vaak met invalbeurtjes moest doen. Ik verliet FC Groningen uiteindelijk met tranen in de ogen, zo gaat dat nou eenmaal.’

Ik verliet FC Groningen uiteindelijk met tranen in de ogen

Debuut bij de senioren

Als eerstejaars B-junior schreef De Grooth zich na dat seizoen, op advies van FC Groningen, in bij de amateurs van GRC Groningen. ‘Zo konden ze me goed in de gaten houden, zeiden ze. Terug naar GVAV wilde ik niet, want ik voelde me totaal niet thuis daar. Het was één en al vriendjespolitiek. De vader van een teamgenootje was toen leider van de D1, dus je kunt wel raden wie er bijna altijd in de basis stond. Ik heb verder geen hekel aan GVAV hoor, maar het is niet het type club dat bij mij past’, legt hij uit.

Bij GRC volgde het debuut bij de grote jongens al op 15-jarige leeftijd. ‘In GRC B1 deed ik elke zaterdag na mijn eigen wedstrijd vaak nog met A1 mee en daar viel ik op bij hoofdtrainer Dick van Streun. Hij wilde dat ik ook eens zou meedoen met het eerste elftal van GRC.’ De Grooth haalt zich de eerste keer met de A-selectie van GRC tijdens een bekerduel bij ACV nog helder voor de geest. ‘Een kwartier voor tijd viel ik in en scoorde ik de 0-1. Helaas wist ACV nog met 2-1 te winnen, maar voor mij was het een geweldig debuut. Datzelfde seizoen werd ik met GRC B1 kampioen en later op die dag sloot ik zoals gewoonlijk weer aan bij GRC A1, samen met Paul Gankema. En daar kopte ik de winnende goal binnen, uit een vrije trap van Paul. Werd A1 óók kampioen. Een fantastisch seizoen.’

Omhaal

Omdat zowel GRC B1 als A1 na dat seizoen uit elkaar viel, besloot De Grooth als A-junior terug te gaan naar Groninger Boys, al bleef die terugkeer beperkt tot een half seizoen. ‘Robert Groninger, een vriend van mij, polste of ik naar VVK wilde komen, waar ook Gert Haak en Tjeerd Bootsma speelden. Ze overtuigden mij dat ik mij, met goede voetballers om me heen, zo weer in de kijker kon spelen bij betaalde voetbalclubs. Ik was toen achttien jaar en wilde er nog een keer vol voor gaan’, vertelt De Grooth.

En die missie slaagde. Hij had een basisplaats bij VVK, schoot er 22 in, en kreeg een uitnodiging voor een testwedstrijd met de beloften van SC Veendam tegen Appingedam. ‘Een prachtige kans’, vervolgt hij. ‘Alle jongens van VVK kwamen kijken om me te steunen, maar ik bakte er werkelijk niets van. Tot twee minuten voor tijd de bal werd voorgegeven en ik met een omhaal scoorde. Iedereen ging uit z’n dak! Na de wedstrijd had ik meteen een gesprek met Cor van der Steen van Veendam. Die zei: ,,Gefeliciteerd Freddy, we bieden je een jaarcontract aan. Maar dat komt niet alleen door je omhaal hoor, want we vonden dat je ook daarnaast een erg goede wedstrijd hebt gespeeld.’’ Maar ik vermoed dat als ik uit die omhaal niet had gescoord, dat contract er nooit was gekomen’, zegt hij lachend.

Mentaliteit

Toch bleef ook het avontuur bij Veendam slechts beperkt tot een half seizoen. ‘Ik had het aanvankelijk wel naar m’n zin, kreeg Dick Lukkien als trainer en kwam in een team terecht met onder anderen Dennis Erenstein, Geadly Salomé, Joost Haandrikman en Robert Wiering. Ik deed het best aardig en op een dag vroeg hoofdtrainer Jan Korte of ik wilde meedoen in een oefenwedstrijd van SC Veendam, daar hoefde ik natuurlijk niet lang over na te denken’, zegt De Grooth met een brede grijns. Maar op de laatste training voor die wedstrijd ging het mis. ‘Armand MacAndrew kwam met gestrekt been in en daardoor brak ik een middenvoetsbeentje. Ik lag er zes weken uit en heb nooit meer wat van Korte gehoord.’

Ik bedacht me niet, reed in de winterstop naar de Langeleegte en leverde al mijn spullen in

Terugkijkend op zijn korte avonturen bij BVO’s is De Grooth wel zelfbewust. ‘Ik heb er misschien niet alles voor gedaan, maar Veendam hield zich ook niet aan afspraken. Ik zegde mijn baan als stratenmaker op, maar verdiende bij Veendam vrij mager. Daar kun je niet van rondkomen. Dus vroeg ik of ze misschien een baantje voor me konden regelen en dat was volgens hen geen probleem. Maar dat duurde maar en er kwam steeds niets van terecht. Dus ik trok daaruit mijn conclusies, reed in de winterstop met Koos Suiveer – nu mijn teamleider bij Groninger Boys – naar de Langeleegte en leverde al mijn spullen in. Achteraf had ik misschien voor m’n kans moeten gaan, maar ik heb er geen spijt van. Ik heb, denk ik, gewoon geen mentaliteit voor een BVO.’

‘Frikandellen-Freddy slaat weer toe’

De Grooth hoefde niet lang te wachten op een nieuwe broodheer. ‘Nog voordat ik bij Veendam vertrokken was, had PKC’83 al gebeld. En nadat ik m’n contract bij Veendam had verscheurd, werd dat de nieuwe uitdaging. Ik sprak met Robert Groninger af in een hotel en zette m’n krabbel voor PKC’83. Nee, de verdiensten waren daar ook niet verkeerd, daar ben ik gewoon eerlijk in. Als je over weinig middelen beschikt, ben je daar gevoelig voor’, legt hij uit. In het PKC’83-tijdperk ontstond ook de bijnaam waar De Grooth inmiddels onlosmakelijk aan is verbonden. ‘We speelden thuis tegen Heerenveense Boys en ik stond wissel. Ik was in de weken ervoor steeds succesvol geweest als invaller en ook die middag gooide ik de wedstrijd in het slot: 3-1. Stond er op maandag in het Dagblad van het Noorden ineens met koeienletters: “Frikandellen-Freddy slaat weer toe”, zomaar uit het niets.’

Foto: Peter Brouwer

Toen De Grooth tien jaar later een keer in de Groninger Herestraat aan het werk was, kwam er een wielrenner langs, die vlak voor hem ineens vol op de rem trapte. ‘Zegt hij tegen mij: “Hé Frikandellen Freddy, weet je eigenlijk wel hoe je aan die bijnaam komt?” Ik had geen idee wie die kerel was, maar dat was dus die verslaggever. “Dat heb ik geschreven”, zei hij. “Je gaat me nu toch niet op m’n bek slaan hé?”, voegde hij daaraan toe. Als hij tien jaar eerder was gekomen, had ik dat misschien wel overwogen. Maar ik kon er toen wel om lachen’, zegt De Grooth.

Je gaat me nu toch niet op m’n bek slaan hé?, zei hij tegen me

Freddy gaat viral

‘Overal waar ik nu kom is het Frikandellen Freddy voor en Frikandellen Freddy na. Ik ben er inmiddels wel aan gewend’, vervolgt hij. Vorig seizoen ging de goalgetter zelfs viral, toen camera’s van RTV Drenthe in de nacompetitiewedstrijd tussen Noordscheschut en Pelikaan S vastlegden dat De Grooth zijn shirt na een benutte penalty omhoog trok en met zijn hand een paar maal op z’n blote buik sloeg. ‘Die fans van Noordscheschut zaten me voortdurend uit te dagen. “Hé, dikke frikandel, je mist ‘m”, dat werk. Vandaar die reactie toen ik die strafschop benutte.’ Dat hij daarmee internationale faam verwierf is de hoofdrolspeler overigens ontgaan. ‘Is dat echt zo? Grappig om te horen. Ja, je ziet wel eens wat op Facebook natuurlijk, maar dat ik zo’n internethit ben geweest, wist ik niet.’

In dienst van PKC’83 achtervolgde zijn eeuwige bijnaam De Grooth ook al, en toevalligerwijs leverde dat weer op bezoek bij Noordscheschut ook een ludiek moment op. ‘Kom ik daar in de kleedkamer, staat er een doos klaar, waar mijn naam op geschreven staat. Zaten er vijf frikadellen in. Maar we wonnen die wedstrijd en ik schoot er drie in. Toen heb ik ergens een oude bal weggeplukt, daar de minuten opgeschreven waarin ik scoorde en in de kleedkamer van Noordscheschut aan hun aanvoerder overhandigd. Die kon daar wel om lachen!’ Dat zijn bijnaam volledig is ingeburgerd, vindt De Grooth allemaal wel prima. ‘Als je jaar in, jaar uit Freddy Frikandel wordt genoemd, weet je niet beter. M’n vriendin Lisa wordt soms nog wel boos als ze dat toeschouwers langs het veld hoort roepen, maar ik zeg dan altijd dat ze zich daar maar niet druk om moet maken. Het hoort erbij.’

Dat ik zo’n internethit ben geweest, wist ik niet

 

Gezelligheidsmens

Dat de Stadjer zes seizoenen bij PKC’83 bleef plakken zegt volgens hem wel iets. ‘Die club kun je met geen enkele andere club vergelijken. ‘Elke dinsdag en donderdag zat de kantine bomvol. Het was er altijd gezellig. Iedere twee weken was er live muziek, ja daar zat ik wel op mijn plek. En als de kantine sloot, gingen we ’s nachts altijd de stad in’, herinnert hij zich. Toen De Grooth nog wat minder bekend was, keken zijn nieuwe ploeggenoten wel even op toen hij zich voor de eerste keer op De Kring meldde. ‘Er kwamen spelers naar me toe die m’n postuur even keurden en letterlijk zeiden: “Wat moet jij hier?” Maar bij m’n eerste wedstrijd, uit bij FC Meppel, eiste ik een vrije bal op die ik van dertig meter stijf in de kruising schoot. Respect moet je verdienen hé?’, lacht de aanvaller.

Ik ben een gezelligheidsmens en dan past een club als PKC ’83 goed bij je

Vanaf dat moment verliep alles soepel. ‘Ik ben een gezelligheidsmens en dan past een club als PKC’83 goed bij je. We hebben ook sportief mooie momenten gekend, zoals de nacompetitie voor promotie naar de Hoofdklasse. We speelden bij Voorschoten’97 en stonden met 2-1 achter. Ik was geblesseerd, maar de verzorger kreeg me nog fit voor een half uurtje. Tien minuten na mijn invalbeurt nam ik een ingooi aan, legde de bal twee meter opzij en ramde ‘m van dertig meter in de winkelhaak, waar de bal in vast bleef zitten. De mooiste goal die ik ooit heb gemaakt. Helaas verloren we nog met 3-2’, blikt hij terug. Het laatste seizoen bij PKC’83 was wel wat minder dan de vijf seizoenen ervoor, vindt De Grooth. ‘Er kwamen een boel andere jongens bij, die waren wat minder gezellig. Na dat jaar ben ik ook weggegaan.’

Geen Appingedam, maar DIO

DIO Groningen werd zijn volgende club, maar dat kwam per toeval tot stand. ‘Eigenlijk was ik al rond met Appingedam. Ik had er alleen nog niet getekend omdat ze de overschrijvingsformulieren waren vergeten. Toen ik terugreed naar Groningen, werd ik plotseling gebeld door Pascal Mulder, toen trainer van DIO Groningen. Hij had er lucht van gekregen dat ik naar Appingedam zou gaan. ‘’Maar je hebt mijn aanbod nog niet eens gehoord’’, zei hij. Toen-ie het dubbele bood van wat ik bij Appingedam kon verdienen, zette ik m’n krabbel bij DIO. Mulder financierde dat allemaal zelf.’

Toen-ie het dubbele bood van wat ik bij Appingedam kon verdienen, zette ik m’n krabbel bij DIO

‘Tegenwoordig gaat het Mulder volgens mij wat minder voor de wind. Ik weet dat veel mensen een mening over hem hebben, maar naar mij toe is hij al zijn afspraken altijd nagekomen. Ik vind het sneu dat het zo bergafwaarts met hem is gegaan’, benadrukt De Grooth. Bij DIO bleef de doelpuntenmachine overigens twee seizoenen plakken. ‘Het eerste seizoen was mooi, maar het tweede een stuk minder. Net als in m’n laatste seizoen bij PKC’83 kwamen er jongens bij die de sfeer echt verpest hebben. Ik ben gevoelig voor goede sfeer, een stukkie ontspanning en gezelligheid. Lekker man. Misschien dat het profvoetbal daardoor ook niet zo goed bij mij paste.’

Nieuwe baan, nieuwe club

‘Na DIO ging ik met vrienden bij Groninger Boys voetballen. Dat ging vier seizoenen heerlijk en ik had het reuze naar m’n zin. Maar toen raakte ik mijn baan als stratenmaker kwijt, omdat er geen werk meer was’, vertelt De Grooth. Hij kwam vervolgens in contact met Pelikaan S-voorzitter Wim Bulten. ‘Wim kwam een paar keer bij mij thuis en bood mij een nieuwe baan bij zijn bedrijf aan als ik bij Pelikaan S kwam voetballen. Dat wimpelde ik eerst af, maar hij stelde ook een auto met een tankpas voor mij beschikbaar, op de voorwaarde dat ik de andere jongens van Pelikaan S in de buurt ook zou ophalen op trainings- en wedstrijddagen. Daarnaast mocht ik de auto ook privé gebruiken, dat was ideaal. Dat heeft me drie seizoenen financieel behoorlijk wat gescheeld’, legt De Grooth uit.

Ik heb maanden moeten zeuren voordat ik eindelijk een passend wedstrijdshirt kreeg

In Hollywood aan het Hoendiep moest hij even zijn draai vinden. ‘Ik heb maanden moeten zeuren voordat ik eindelijk een passend wedstrijdshirt kreeg, omdat ik wat forser ben dan de gemiddelde voetballer hé. Zulke dingen hadden wel wat beter geregeld kunnen worden. Maar ik heb er vooral veel lol gehad en we hadden een gezellig elftal. Over Wim Bulten hoor je mij verder niet negatief. Hij is altijd goed voor mij geweest. Zo kreeg-ie een keer een gratis barbecue van achthonderd euro cadeau nadat hij voor duizenden euro’s had ingekocht bij een bouwbedrijf. Die kreeg ik dan weer cadeau van hem. Dat is best aardig toch?’

500 goals

Na drie seizoenen vond De Grooth het wel mooi geweest bij Pelikaan S, om voor eens en altijd terug te keren bij grote liefde Groninger Boys. Daarnaast vond hij een nieuwe, vaste baan. ‘Ik ben nu 34 en wil nog lekker een paar seizoenen bij Groninger Boys in het eerste voetballen, ik wil die vijfhonderd goals gewoon halen’, zegt hij grijnzend. ‘En wanneer ik die maak weet ik niet, maar dan is het meteen mooi geweest. Op je hoogtepunt stoppen hé? Ja, dat ga ik echt doen, of het dan midden in het seizoen is maakt me dan niets uit.’

Als ik die vijfhonderd goals heb gehaald, is het meteen mooi geweest. Dan stop ik.

‘Daarna ga ik dan lekker bij de veteranen van Groninger Boys ballen, gezellig teampje is dat’, vindt De Grooth. ‘Zij gaan per bus naar iedere uitwedstrijd, ook al is het maar vijf minuten rijden. Altijd een grote karaoke- en muziekinstallatie mee, mooi man. Nee, het clubhoppen is verleden tijd. Als ik overal op terugkijk heb ik nergens spijt van. Misschien zou ik sommige dingen met de kennis van nu anders doen, maar spijt? Of ik nooit een buitenlandse aanbieding heb gekregen? Ja, één keertje. Romano Sion polste toen of ik wilde voetballen in Spanje, maar ik vertrouwde hem niet. Haha!’

Paul Zweverink
‘Ja, Freddy heeft zijn bijnaam aan mij te danken’, bevestigt Dagblad van het Noorden-verslaggever Paul Zweverink. ‘Ik was bij een wedstrijd van PKC ‘83 en Freddy scoorde uiteraard weer als vanouds. Ik interviewde hem daarover na de wedstrijd, toen een paar ploeggenoten van hem langsliepen. ‘’Dat hij wat aan de zware kant is komt omdat-ie na elke training zeker drie frikandellen eet”, vertrouwden ze mij toe. Ik dacht: dat allitereert prachtig. En zo is Frikandellen Freddy – later Freddy Frikandel – ontstaan. Jaren later sprak ik hem er inderdaad eens op aan toen hij in de Herestraat aan het werk was. Maar hij kon er toen wel om lachen en vertelde me dat hij eigenlijk liever kippenboutjes at dan frikandellen.’
Dat Freddy destijds daadwerkelijk drie frikandellen at na iedere training, verwijst hij zelf overigens naar het rijk der fabelen: ‘Dikke onzin!’, aldus De Grooth.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp

Over de Bal neemt jou met achtergrondverhalen en reportages mee in
de magische wereld van het Nederlandse amateurvoetbal.

Copyright © 2018 - 2021 | Over de Bal

Over de Bal neemt jou met achtergrondverhalen en reportages mee in
de magische wereld van het Nederlandse amateurvoetbal.

Copyright © 2018 - 2021 | Over de Bal